Gedragsgezondheid is een cruciaal aspect bij de evaluatie van kandidaat-duikers. In tegenstelling tot lichamelijke fitheid kan psychologische geschiktheid subtiel zijn en is deze niet altijd zichtbaar in een klinische setting. Daarom zijn zowel een medische beoordeling als observatie tijdens de training door de duikinstructeur essentieel.
Cognitieve en leervereisten
Kandidaten moeten in staat zijn duiktheorie en -procedures te begrijpen en toe te passen. Een aanzienlijke verstandelijke beperking of onvermogen om zelfstandig te leren is onverenigbaar met veilig duiken.
Motivatie en gedragskenmerken
Verantwoordelijkheid, concentratie en het vermogen om kalm te blijven onder stress zijn essentieel. Kandidaten die snel afgeleid zijn, vatbaar zijn voor paniek of ongemotiveerd zijn, zouden ontmoedigd moeten worden om te duiken.
Psychiatrische voorgeschiedenis
Een psychiatrische aandoening in het verleden sluit een kandidaat niet automatisch uit. Het belangrijkste is de huidige psychologische toestand en of deze invloed kan hebben op veilig duiken. Kandidaten met een ernstige depressie, bipolaire stoornis, psychose of huidig middelenmisbruik zouden niet moeten duiken.
Medicatie
Psychotrope medicatie kan onder water risico’s met zich meebrengen. Sommige middelen kunnen slaperigheid, verminderde concentratie of een lagere epileptische drempel veroorzaken, terwijl er beperkt onderzoek bestaat naar interacties met duikdruk. Kandidaten die stabiel zijn zonder medicatie kunnen individueel beoordeeld worden, bij voorkeur met advies van een arts gespecialiseerd in duikgeneeskunde.
Milde depressie en SSRI’s
Milde stemmingsstoornissen die behandeld worden met SSRI’s komen vaak voor en zijn vaak verenigbaar met duiken. Veilig duiken is waarschijnlijker wanneer:
Voor gevorderd duiken buiten de recreatieve limieten, of bij het gebruik van speciale gasmengsels, wordt overleg met een specialist in duikgeneeskunde aanbevolen.
Andere psychiatrische medicatie
Kandidaten die SNRI’s, TCA’s, MAO-remmers of atypische antidepressiva (bijv. bupropion) gebruiken, vereisen een beoordeling per individueel geval vanwege mogelijke effecten op alertheid en de epileptische drempel.
Extra info: Klik hier
Sportduiken stelt extra eisen aan het hart. Door onderdompeling neemt het volume bloed dat naar het hart terugkeert toe en vernauwen de perifere bloedvaten, waardoor de bloeddruk stijgt. Deze veranderingen treden vaak op samen met aanhoudende lichte tot matige lichamelijke inspanning. Het is dan ook niet verrassend dat hartproblemen verantwoordelijk zijn voor bijna 30% van de dodelijke ongevallen bij recreatief duiken.
Het doel van cardiovasculaire screening bij duikers is om:
Bepaalde hartaandoeningen kunnen duiken onveilig maken, waaronder:
Extra info: Klik hier
Duikers mogen geen gastro-intestinale aandoeningen hebben die het risico op het volgende verhogen:
Waarom dit belangrijk is:
Veilig duiken vereist een gezonde maag- en darmfunctie en bewustzijn van eventuele onderliggende aandoeningen die tijdens een duik kunnen opspelen.
Neurologische aandoeningen moeten zorgvuldig worden beoordeeld omdat ze de veiligheid van de duiker aanzienlijk kunnen beïnvloeden.
Belangrijke overwegingen:
Bloedziekten kunnen de veiligheid tijdens het duiken op verschillende manieren beïnvloeden:
Hormonale en metabole aandoeningen kunnen het vermogen van een duiker om inspanning en omgevingsstress onder water te verdragen beïnvloeden.
Belangrijke overwegingen:
De ogen en het visuele systeem zijn gevoelig voor drukveranderingen en andere duikgerelateerde stressfactoren. Goed functionerende ogen zijn essentieel voor de veiligheid onder water.
Belangrijke overwegingen:
Maskerbarotrauma:
Intraoculair gas:
Decompressie-gerelateerde effecten op de ogen:
Overwegingen na oogoperaties:
Goede mobiliteit in en uit het water is essentieel voor veilig duiken. Duikers moeten in staat zijn om:
Belangrijke overwegingen:
Veilig duiken vereist een goede drukequalisatie tussen het water en:
Belangrijke overwegingen:
Een gezonde longfunctie is cruciaal voor veilig duiken. Elke aandoening die de luchtstroom belemmert of gas vasthoudt, verhoogt het risico op longoverexpansie, alveolaire scheuring en cerebrale gasembolie.
Belangrijke overwegingen: